Zelftechniek voor techniek en met techniek: Schermtijd-app

In het late werk van Michel Foucault (1926-1984) over ethiek en zelfzorg speelt de term “zelftechnieken” een belangrijke rol (Foucault 2004, 2020). Daarbij gaat het om praktische oefeningen om aan jezelf te werken, de eigen manier van leven om te vormen, richting te geven. Foucaults benadering van ethische zelftechnieken is heel relevant voor de ethiek van de techniek. Maar dan komt de term techniek dus twee keer voor. Er zijn zelfs volop situaties waarin techniek nog een derde keer optreedt. Aan de hand van een voorbeeld wil ik de drie verschillende betekenissen van techniek in zo’n situatie uitleggen. Zo hoop ik de verwarring voor te zijn en helder zicht te verschaffen op een belangrijk perspectief voor ethiek en techniek. De vraag is dus: Wat betekenen zelftechniek en techniek, in relatie tot elkaar?

Techniek / technologie
Om eerst nog een andere mogelijke verwarring ook weg te nemen: waar hier techniek staat, kan bijna altijd ook technologie staan. Beide termen hebben een brede betekenis en er is tegenwoordig nauwelijks een betekenisverschil. Eerder, in de techniekfilosofie van de twintigste eeuw werd technologie vaak gereserveerd voor kennis over het maken en toepassen van techniek (techno-logie). Techniek stond dan voor technische producten: gereedschappen, apparaten, systemen. Onder invloed van het Engels lijkt de term technologie nu terrein te winnen, ook om producten aan te duiden. Sommigen menen dat technologie betrekking heeft op elektronische en digitale apparaten, terwijl techniek hen wat ouderwets in de oren klinkt. Daar is vanuit het woordenboek en de techniekfilosofie geen basis voor. Wel is het zo dat de “ouderwetsere” term techniek ook gebruikt wordt voor een “methode van doen”, zoals in kooktechniek of danstechniek, waar technologie vreemd zou staan in het Nederlands. Dit geldt ook voor Foucaults begrip van zelftechniek.

Schermtijd-app
Toen ik een jaar of twee geleden een nieuwe smartphone in gebruik nam, bleek het apparaat dagelijks een melding te geven over de “schermtijd” van de vorige dag. Bij aanklikken volgde er een overzicht met hoeveel minuten of uren ik op mijn telefoon had gezeten en waaraan die tijd was besteed: nieuws lezen, Internet browsen, berichtjes sturen, telefoneren, navigatie. Daarbij was het mogelijk een streefwaarde voor maximale schermtijd in te stellen en er was een vergelijking met andere dagen, weergegeven in diagrammen met groen, geel en rood. De cijfers en diagrammen ervoer ik wel enigszins als een terechtwijzing, maar ook wel als een terechte waarschuwing en als een stimulans om de smartphone bewuster te gaan gebruiken.

Verleidelijk
Zo’n schermtijd-app komt tegemoet aan een zorg die heel veel mensen zullen herkennen. Het blijkt ontzettend verleidelijk om de hele tijd maar op je telefoon te zitten. De smartphone heeft allerlei functies die absoluut nuttig zijn. Het apparaat kan ook afleiding, ontspanning en vertier brengen. Maar dat kan gemakkelijk doorslaan. Mensen kunnen zichzelf verliezen in alle informatie en nieuws, of ook in roddels en nepnieuws. En er zijn diensten en spellen waaraan je zo verslingerd kunt raken zodat je meer aandacht en tijd en geld verspeelt dan je lief is. Te veel schermtijd maakt ook dat mensen te weinig bewegen en schaadt mogelijk de ogen. Er is dus een groeiende bezorgdheid over schermtijd. Wat betekent dat voor de generatie die nu opgroeit? (vgl. Stiegler & Tisseron 2010) Hoe gaan we leren beheerst gebruik te maken van de smartphone?

Driemaal techniek: 3T
Deze schermtijd-app is een voorbeeld van een ethiek en techniek maal drie (3T): “zelftechniek voor techniek en met techniek”. In dit geval gaat het om een ethische zelftechniek voor wijs gebruik van de smartphone met behulp van de schermtijd-app.

Zelftechniek (1e)
Onszelf oefenen wijs om te gaan met de smartphone is een zelftechniek in Foucaults zin. Ethiek moet niet alleen gaan over de vraag wat het goede is om te doen en de regel of het principe dat dat bepaalt, maar ook over hoe mensen hun gedrag daadwerkelijk in een bepaalde richting sturen. De activiteiten, oefeningen, methoden daarvoor noemt Foucault “zelftechnieken”. Dit sluit aan bij wat wij tegenwoordig zelfhulp en werken aan jezelf noemen. Dat wordt nu meestal niet meer als deel van de filosofie gezien. Maar Foucault wil zelftechnieken weer filosofisch opwaarderen, in aansluiting op de oudheid toen filosofie een manier van leven was, een praktische persoonlijke ethiek.

Digitale detox
Een concrete vorm voor een zelftechniek op dit thema is de “digitale detox”: twee weken leven zonder smartphone (bellen mag wel, verder alle apps de-installeren) en bijhouden hoe je dat beleeft (Schnitzler 2017). Deelnemers van een gezamenlijk detox op Saxion (zie berichten op Saxion nieuws en RTV Oost) zag ik tijdens de terugkomsessie rapporteren dat het heerlijk rustig was zonder al die meldingen van nieuwe berichtjes op email, chat en social media. Ze hadden oude hobby’s herontdekt. Voornemens werden geuit om niet meer in het oude smartphone-gebruik terug te vallen. Maar ook stelde de een na de ander hoe moeilijk het was om na de officiële gezamenlijke periode de goede voornemens vol te houden. Om dat ene contact niet te missen ga je toch terug op de chatdienst. Maar dan barst alles weer los.

Voor techniek (2e)
De tweede “techniek” in de formulering staat voor technisch producten waarover de ethiek zich buigt. De smartphone is een iconische technisch product van onze tijd, een techniek die die ethische vragen oproept. In de geschetste situatie ging het om invloed op het gedrag van gebruikers, de verleidingen van de apps en diensten en van het turen en klikken op het scherm. (Ongelijke economische verdeling en impact op het milieu zijn andere grote ethische thema’s rond techniek, ook bij smartphones.)

Met techniek (3e)
In ons voorbeeld geeft de schermtijd-app vorm aan de zelftechniek van het leren beheersen van de schermtijd. Zo komt techniek nog een derde keer voor deze situatie. Deze vorm van “technische zelftechniek” komt heel veel voor vandaag. Denk aan stappentellers, als een typische app voor gedragsverandering. Of denk ook aan slimme energiemeter die met vergelijkingen van energieverbruik per maand kan helpen zuiniger om te gaan met energie.

Tussentijdse conclusie: 3T ontrafeld
Daarmee zijn de drie verschillende betekenissen van techniek in situaties van zelftechniek voor techniek met techniek geschetst. Hopelijk is de begripsverwarring hiermee weggenomen. Er zijn echter ook inhoudelijke en kritische vragen te stellen naar aanleiding van zelftechnieken en techniek. Daarvoor duiken we nog iets dieper in techniek en zelftechniek bij Foucault. Dat stelt ons ook in staat kritisch te kijken naar een paradox die kleeft aan “zelftechniek met techniek”. En passant treffen we dan ook nog een vierde en vijfde variant van techniek.

Lichaamstechniek (4e)
In de kern is een zelftechniek niet een technisch product, maar een methode om aan jezelf te werken. Dat kan ook zonder technische producten. Waarschijnlijk de allerbekendste zelftechniek is zittend op de grond mediteren. De techniek bestaat daar enkel en alleen uit het beheerst uitoefenen van het zitten en ademhalen. Geen technische producten, uitsluitend wat men noemt het gebruik van het lichaam, of “lichaamstechniek” (Mauss 1936). Echter, hoewel er voor mediteren niets dan het eigen lichaam nodig is, worden er bijna altijd toch hulpmiddelen bij gebruikt: een mat, kussen of krukje, een muziekspeler, kaarslicht, wierook, geschikte kleding. In nagenoeg al onze activiteiten gebruiken we allereerst ons lichaam, maar met ons lichaam ook nog technische hulpmiddelen. Bij handig gebruik worden technische producten een verlengstuk van het lichaam, ze zijn “ingelijfd”.

Pen, geweer, Panopticon
Technische producten hebben niet de hoofdrol in Foucaults onderzoek, maar krijgen geregeld wel een belangrijke bijrol. Wanneer hij zelftechnieken als geestelijke oefeningen in de oudheid onderzoekt komt naar voren dat die nauw verbonden zijn met technische hulpmiddelen. Er werden hypomnèmata (notitieboeken) gebruikt voor het nauwkeurig beschrijven en onthouden van allerlei gebeurtenissen en daarbij het eigen geslaagde of minder geslaagde handelen (Foucault 1983). In Foucaults onderzoek naar de werking van macht in de moderne maatschappij spelen technische producten zelfs een belangrijke bijrol (Foucault 2007). Denk aan leren met pen leren schrijven op school en hanteren van een geweer in het leger, wat beide voorbeelden zijn van inlijving. De bijrol wordt zelfs een hoofdrol in het geval van het Panopticon, een cirkelvormige gebouw voor volledige controle over mensen.

Bestuurstechniek (5e)
In een interview over architectuur en macht verklaart Foucault zich nader over hoe hij techniek begrijpt (Foucault 1983). Hij meent dat we niet alleen moeten denken aan materiële techniek. Techniek heeft een bredere betekenis en omvat ook de kunst van het besturen, van anderen zowel als van jezelf. De meest interessante manier om techniek te bestuderen is juist om te kijken naar technische producten en bestuurstechniek in hun samenhang, stelt Foucault. Het Panopticon is het allerduidelijkste voorbeeld: een technische inrichting uitdrukkelijk bedoeld voor controle van mensen.

Van macht naar ethiek
De kunst van het zichzelf besturen komt overeen met de notie van zelftechnieken. De specifieke terminologie weerspiegelt de overgang bij Foucault van de onderzoeksfocus van macht naar ethiek. In zijn onderzoek naar macht in de jaren 1970 bekeek Foucault hoe macht werkt in de praktijk (in tegenstelling tot politieke theorie over wie de macht toekomt). Hij onderzocht in detail hoe mensen in de moderne maatschappij gevormd worden door anonieme structuren, procedures en de technische inrichting. Foucault verbreedde echter zijn perspectief en ging ook beschrijven hoe mensen reageren op machtuitoefening over hen, met verzet en tegengedrag. Zijn volgende formulering was dat er altijd twee kanten zijn: bestuurd worden en besturen, jezelf besturen. Dit zelfbestuur is de link naar het werk over ethische zelftechnieken in de jaren 1980.

Zelfzorg terug
Het late werk van Foucault is een oproep aan mensen om zelf aan het roer te komen en de vorming van onszelf niet over te laten aan leraren, therapeuten, bestuurders met hun kennis en procedures. Niet dat we daar helemaal omheen kunnen. Maar bij te veel disciplinering zonder zelfzorg lijden mensen door onderdrukking uitsluiting en wordt de mens als vrij en verantwoordelijk wezen te slapen gelegd. Foucault pleit voor een nieuwe balans: een terugkeer van meer zelfzorg als correctie voor de moderne tendens tot disciplinering. Eigen aan Foucaults benadering is dat mensen dat uiteindelijk zelf moeten doen. Een oproep dus voor een terugkeer van de antieke ethiek als levenskunst, maar ook van Kants motto “Durf zelf te denken”.

Varianten zelftechniek voor techniek
Dit onderzoek rondom Foucaults notie van ethische zelftechniek in relatie tot techniek heeft de volgende varianten opgeleverd.

  • De schermtijd-app was een voorbeeld waar techniek driemaal voorkomt: zelftechniek voor techniek met techniek (3T).
  • Mediteren op de grond was het voorbeeld van zelftechniek zonder verdere relatie tot techniek (niet voor techniekethiek en niet met technisch hulpmiddel) (1T).
  • Zelftechnieken met technisch hulpmiddel zijn er heel veel, van notitieboek in de oudheid tot meditatiekruk en al die apps vandaag de dag voor gezond leven of energie besparen (2T).  
  • We kunnen ook mediteren om los te komen van onze hang naar de smartphone. Dat is een zelftechniek voor techniekethiek (maar zonder technische hulpmiddel daarbij) (2T, andere combinatie). De digitale detox is hiervan een voorbeeld (behalve dat voor het bijhouden van ervaringen het aloude notitieboek onmisbaar is).

Conclusie: Paradox van 3T
De techniek wordt steeds meer een onderwerp van ethische zorg. Hoe weerstaan we de verleidingen van de smartphone? Dat erkent zelfs de smartphone-industrie. Ik vond het opmerkelijk dat de fabrikant een schermtijd-app geactiveerd en wel aanbood zonder dat ik er zelfs maar om gevraagd had. Dat is paradoxaal in bedrijfseconomische zin. Paradoxaal is die app ook vanuit het perspectief van gebruikers en de techniekethiek. De smartphone vormt ons probleem; diezelfde smartphone mag dat probleem helpen oplossen. Dat kan heus tot op bepaalde hoogte, maar er zit ook een grens aan. De ethiek van zelfzorg moet iedereen uiteindelijk zelf doen. Daar mogen technische hulpmiddelen een disciplinerend zetje bij geven, maar het uiteindelijk belangrijkste zet moet uit ons zelf komen. Zo bezien is het wel goed is dat ik niet de schermtijd-app ben blijven gebruiken maar me wel meer bewust ben geworden van de verleiding van het klikken en turen.

*

Literatuur

  • Foucault, M. (1982) Space Knowledge and Power: Interview door Paul Rabinow. Skyline (March 1982).
  • Foucault, M. (1983). L’écriture de soi. Corps écrit5, 3-23. [“Zichzelf schrijven”]
  • Foucault, M. (2004). Breekbare vrijheid: teksten & interviews. Amsterdam: Boom.
  • M. Foucault (2007), Discipline, toezicht en straf: De geboorte van de gevangenis (5e druk). Groningen: Historische Uitgeverij. (Survellier et punir. Paris: Gallimard 1975).
  • Foucault, M. (2020). Bekentenissen van het vlees: Geschiedenis van de seksualiteit, deel 4. (vert. Jeanne Holierhoek). Amsterdam: Boom. (Les aveux de la chair, Parijs, Gallimard, 2018)
  • Mauss, M. (1936). Les techniques du corps. Journal de Psychologie XXXII, (2-P), 30-39. [“Lichaamstechnieken”]
  • Schnitzler, H. (2017). Kleine filosofie van de digitale onthouding. De Bezige Bij.
  • Stiegler, B., & Tisseron, S. (2010). Faut-il interdire les écrans aux enfants?. Parijs: Mordicus. [“Moeten schermen verboden worden voor kinderen?”]